Opnieuw gekrenkte trots

Verzekeren is georganiseerde solidariteit. Een prachtige uitspraak die er bij een vakorganisatie en haar leden in gaat als koek. Dit idealisme bestaat zeker nog bij een deel van de sector. Maar een ander deel is gewoon commercieel en voert aandeelhouderswaarde het hoogst in het vaandel.

Ondanks dat de officiële lijn naar buiten is dat de klanten centraal staan. Dat merk je bijvoorbeeld aan de beloningen voor de top van de ondernemingen.

Medewerkers van verzekeraars zijn over het algemeen trost op hun bedrijf en het product. Het is een eerlijk product en je kunt de risico’s dragen door het in een collectief onder te brengen. Maar de laatste tijd verschijnen er vreemde berichten in de pers. Taxichauffeurs, veehouders, dakdekkers, verloskundigen en sauna-resorts kunnen zich nauwelijks nog verzekeren tegen schade en aansprakelijkheid. Verzekeraars trekken zich terug. Ze vinden de schadeposten te hoog waardoor de premies te hoog worden. Er geldt geen acceptatieplicht.

Gelukkig komt er uit de sector kritiek. Beekenkamp van Allianz zegt dat er ‘wel een morele acceptatieplicht’ is. Ook komt er keiharde kritiek uit eigen kring. “Sinds Solvency II – de kapitaaleisen die aan de sector worden gesteld – draait alles om rendement en oh ja, om rendement”. Ook agrarische ondernemers en recyclingbedrijven hebben er last van. Er is zelfs een beroep op de politiek om in te grijpen.

We horen niemand over de werknemers in de sector. Noch over hun opnieuw gekrenkte trots. Want het voelt niet goed om nee te moeten verkopen aan een hardwerkende taxichauffeur. Je wilt verzekeren. Prima natuurlijk dat er een oproep richting de politiek is om op treden, maar zullen we dit als sector niet beter zelf oplossen?

Gerard van Hees,

bestuurder FNV Finance

Friendly visitor while diving