Nog altijd geen cao voor “vuil werk”

Er is nog altijd geen cao voor de industriële reiniging (cao-ORSIMA). De werknemers zoeken waardering voor hun zware en gevaarlijke werk, maar hebben die nog niet gevonden.

Twee maal twee procent en een eenmalige uitkering van 350 euro. Meer konden de vakbonden FNV en CNV niet voor elkaar krijgen van de werkgevers in de industriële reiniging. Hun achterbannen stemden het onderhandelingsresultaat weg. FNV-bestuurder Margot Steffens snapt dat ook wel. ‘De werkgevers willen voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. In plaats van naar hun opdrachtgevers te gaan voor een betere vergoeding van hun diensten, proberen ze extra marge te creëren door te knijpen in de arbeidsvoorwaarden van hun werknemers. Dat is de omgekeerde wereld. Terwijl die opdrachtgevers – partijen als Shell, Tata Steel en Dow Chemical – het heel goed kunnen betalen.’

Vincian den Braber: ‘Het is niet alleen zwaar en verantwoordelijk werk, maar ook specialistisch werk’

Specialistisch

Steffens’ kaderlid Vincian den Braber, allround machinist bij Peeters Nederland BV, schetst de situatie in zijn sector. ‘Het is niet alleen zwaar en verantwoordelijk werk, maar ook specialistisch werk. De werkgevers verwachten vakmensen die allerhande opleidingen hebben gevolgd. Ik denk dat wij ons al met al hebben ontwikkeld tot mensen op mbo4-niveau. Maar we worden betaald als schoolverlaters. Omdat het “vuil werk” is waar weinig waardering voor is.’

‘Ik schrik nog wel eens als mijn auto naar de garage is geweest en ik op de rekening zie dat een leerling-monteur voor 55 euro per uur aan mijn auto heeft staan sleutelen’, vertelt Den Braber ter verdere onderbouwing van zijn betoog. ‘In onze sector wordt het werk weggezet voor 35 euro per uur. Probeer met dat soort bedragen er dan nog maar eens een goede cao uit te trekken.’


Hij snapt dat de werkgevers zeggen dat er geen ruimte is, maar daarmee is niet gezegd dat hij er ook begrip voor heeft. ‘Er zal toch een keer iemand de ballen moeten hebben om op te staan en tegen de fabrieken te zeggen dat het zo echt niet verder kan.’

Vreemde situatie

De minimale loonsverhoging staat in schril contrast met de tekorten aan personeel in de sector. Daar waar tekorten meestal leiden tot hogere lonen, zoeken de werkgevers hier hun heil vooral in het inschakelen van goedkope uitzend- en buitenlandse krachten. ‘De flex-schil is enorm’, vertelt Steffens. ‘Maar het werk is nog steeds even zwaar en gevaarlijk. Daarom is er bijvoorbeeld wel een regel dat minimaal één persoon per groep buitenlandse werknemers Duits of Engels moet spreken en als tolk optreedt.’

‘Onverantwoord’, vindt Den Braber. ‘De sector voert veiligheid hoog in het vaandel. Maar doet niets aan cowboybedrijven die het zo nauw niet nemen. Zo moeten we bijvoorbeeld per bedrijf de “poortinstructies” oefenen – een soort veiligheidsfilm met vragen op internet – voor we het terrein op mogen. Maar wie voorkomt dat één man voor tien anderen de cursus uitvoert? Als het dan vervolgens fout gaat, is het huis natuurlijk te klein.’

‘Opdrachtgevers als Shell, Tata Steel en Dow Chemical kunnen heel goed meer betalen’

Minder grimmig

Hoe nu verder? ‘Na de zomer gaan we weer met de werkgevers in gesprek’, aldus Steffens. De Braber hoopt dan op een minder grimmige stemming dan tot nu toe het geval was. ‘Ik denk dat we een gezamenlijk belang hebben. FNV en CNV enerzijds, met wie we overigens heel goed optrekken, en de werkgevers anderzijds. We willen allemaal een goede cao waar alle partijen aan gehouden zijn. En dus dat niet langer bedrijven worden ingezet die de cao schoonmaak of beroepsgoederenvervoer hanteren. Dan kunnen onze werkgevers als één front opstaan tegen de opdrachtgevers en zeggen: dit is wat het kost, en dit is dus wat je zal moeten betalen.

De opdrachtgevers kunnen dan niet meer gaan shoppen bij cowboybedrijven.’ Zo’n akkoord is Den Braber veel waard. Hij wil er ver voor gaan, maar liever zonder te staken. ‘Dat is voor niemand goed. Staken is het ultieme middel aan het einde van een traject. Ik vind dat het ook anders moet kunnen. Hopelijk denken de werkgevers hier net zo over.’