Succesvolle actie tegen overdaad aan flex

Hij was nooit een vakbondsman, maar uit emotie en welbegrepen eigenbelang is hij dat wel geworden. Hij werd zelfs kartrekker in de strijd voor vaste contracten voor de vele flexwerkers op het callcenter van de gemeente Amsterdam. Het werd een groot succes.

Marten Jan Geertsema

In april 2017 kregen de medewerkers van het Contact Centrum Amsterdam (CCA) een kort mailtje waarin hen werd meegedeeld dat de minimale uitzendperiode om in aanmerking te komen voor een vaste aanstelling was opgerekt van 3,5 naar 5,5 jaar. Het bericht sloeg in als een bom onder de medewerkers van het callcenter van de gemeente. ‘Het begon echt te koken op onze afdeling’, vertelt Marten Jan Geertsema. ‘Ook ik was woedend. Ik zag in één klap mijn mooie vooruitzichten op een vaste baan vervliegen.’

Op het hoofdstedelijke CCA (dat schuil gaat achter het algemene gemeentelijke telefoonnummer 14020) werken ongeveer 250 mensen. Van hen hebben er slechts iets meer dan 70 een vaste aanstelling. Dat betekent dus zo’n 70 procent flexkrachten op één afdeling, waar de gemeente naar eigen zeggen streeft naar maximaal 15 procent. Hoe valt dat uit te leggen? Nou, niet dus. Maar zolang niemand piept, verandert er niets, en zou de situatie gezien de verlenging van de uitzendtermijn voor de flexwerkers alleen maar onzekerder worden.

Maar er piepte wel iemand, namelijk de FNV, die zich mateloos ergert aan de overdaad aan flexwerk bij steeds meer bedrijven en organisaties in Nederland. De bond zocht de uitzendkrachten op en begon hen te organiseren. ‘Dat ging heel voorzichtig’, herinnert Geertsema zich. ‘De angst regeerde en mensen vreesden helemaal geen kans meer op werk hier te maken als ze zich met de bond inlieten. De eerste ontmoeting na een belafspraak was in het cafeetje om de hoek. Een beetje uit het zicht in de hoop dat er geen leidinggevende van het CCA voorbij kwam lopen. Later zijn we met een paar mensen naar het vakbondshuis in Amsterdam gegaan, waar we hebben gesproken met een FNV-bestuurder en enkele organisers. Langzaam maar zeker groeide het verder. Uiteindelijk ontstond een sneeuwbaleffect en deed uiteindelijk zo’n beetje iedereen mee. Zelfs de mensen met een vaste aanstelling.’


Klap in gezicht

Zelf was Geertsema naar eigen zeggen nooit een vakbondsman. ‘Maar ik voelde me zó belazerd! Ik was blij dat ik werk had. Nog leuk werk ook. In een fijne omgeving. En het gaat me goed af. En dan opeens zo’n klap in je gezicht: geen uitzicht op een vaste baan. De schellen vielen me van de ogen. Het is het verschil in macht dat bepaalt wat er met je gebeurt. De managers hebben de macht en voeren gewoon hun opdracht uit. Zonder op de gevolgen voor de medewerkers te letten. En die medewerkers laten het gebeuren, omdat zij geen macht hebben, zelfs bang zijn. Tót zij de handen ineen slaan en een gezamenlijke stem laten horen. Dan hebben zij ook macht.’

Hij is vanuit emotie en – toegegeven – puur welbegrepen eigenbelang vakbondsman geworden. Sterker: hij werd de kartrekker van de groep. Tegen wil en dank De handtekeningenverzamelaar en hét gezicht van.

Verschillende acties volgden. Eerst werd een petitie aangeboden, ondertekend door wederom vrijwel alle CCA-medewerkers. Er volgde een gesprek met de wethouder, en later het hoofd Personeelszaken. Maar veel meer dan toezeggingen kregen de medewerkers niet.

‘Onze eis was – en is! – dat iedereen die hier langer dan een jaar werkt een contract aangeboden krijgt’, vervolgt Geertsema. ‘Om die eis kracht bij te zetten, hebben we op 12 december raadsleden uitgenodigd om de verhalen van de flexkrachten zelf te horen. Dat pakte goed uit. Op 20 december stond het onderwerp op de agenda van de laatste raadsvergadering van 2018, met als resultaat dat negen mensen die al langer dan 3,5 jaar bij het CCA werkten direct een vast dienstverband kregen, dertien per 1 februari, en de toezegging dat 36 anderen later in 2019 zouden volgen. Bij die laatste groep zit ik zelf ook, omdat ik op 5 april dit jaar eveneens 3,5 jaar flexkracht bij de gemeente ben. Binnen één en dezelfde functie.’

‘Maar we zijn er nog niet’, benadrukt hij. ‘Onze eis blijft staan: iedereen na één jaar in vaste dienst. Daarom blijft het nodig om druk op de ketel te houden. Anders worden straks alsnog alle mensen die hier 3,5 jaar werken er keihard uitgeknikkerd. Eén van de voorwaarden van de gemeente was bijvoorbeeld dat onze afspraken niet golden voor andere gemeentelijke diensten. Dus wat zagen we? Dat bijvoorbeeld bij het baliepersoneel flexkrachten na 3,5 jaar niet meer terug mochten komen.’

Ontmoeting met wethouder Touria Melianie over te veel flex (juni 2018).

Ook het baliepersoneel

Dankzij het succes van de acties bij het CCA, heeft het baliepersoneel van de gemeente zich nu ook onder FNV-vlag verenigd. ‘Een goede zaak’, vindt Geertsema, ‘maar wel jammer dat de spanning eerst tot op de spits gedreven moet worden voor de mensen deze stap durven zetten. Hetgeen, toegegeven, ook bij ons het geval was, hoor.’

Is hij nu hij zichzelf een vakbondsman voelt ook een warm pleitbezorger van het vakbondslidmaatschap geworden? ‘Absoluut’, klinkt het resoluut. ‘Ik weet uit mijn persoonlijke leven hoe belangrijk het is om op zijn minst een beetje zekerheid te hebben. Het is betreurenswaardig dat sommige mensen zó bang zijn, dat ze niet eens de collega naast hen op de werkvloer durven vragen om een petitie te ondertekenen. Kennelijk moet je daarvoor eerst door een soort van zeef heen. Dat is bij mij gebeurd. Vanaf dat moment heb ik gezegd: “Geef mij die lijst dan maar, dan haal ik die handtekeningen wel op”. Ik denk dat ik misschien wel 80 procent van de handtekeningen heb verzameld.’