Betere pensioenen voor flexkrachten

FNV Flex wil dat de pensioenopbouw van flexkrachten beter wordt geregeld zodat zij kunnen vertrouwen op een goede oudedagsvoorziening. Daarom weg met de wachttijd van 26 weken en vanaf dag één een goede pensioenopbouw.

Elf jaar (!) werkte Tjalling van der Graaff als flexkracht bij Douwe Egberts in Joure. Eerst via Randstad en daarna een korte periode via Manpower. Maar nu heeft hij dan eindelijk een niet-flex baan. Niet bij het bedrijf waar hij al die jaren aan één stuk fulltime heeft gewerkt, maar bij een afvalverwerker.

‘Een nieuwe werkgever, een nieuwe start’, zo voelde het voor van der Graaff. ‘Dus ik dacht: dan neem ik het pensioen dat ik als flexkracht heb opgebouwd mee naar het nieuwe pensioenfonds. Ik dacht dat ik in al die jaren aardig wat bij elkaar had gespaard voor mijn oude dag. Wat bleek? Van tien jaar flexpensioen opbouwen blijft bij het nieuwe pensioenfonds maar drie jaar en twee maanden opbouw over! Ik wist van tevoren dat het geen vetpot zou zijn, maar een pensioen dat lijkt op een fooi had ik niet verwacht!’

Pijnlijk

Bestuurder Karin Heijnsdijk van FNV Flex hoort soortgelijke verhalen wel meer. ‘Ik schrik er daarom niet meer van, al maakt het wel pijnlijk duidelijk hoe slecht de pensioenvoorziening voor flexkrachten is geregeld. Daar wil de FNV wat aan doen’.

In de huidige regeling hebben flexkrachten pas recht op pensioenopbouw na 26 weken werken. Daarna vallen ze in de basisregeling, die 52 weken duurt. In deze fase betaalt de werkgever de premie, maar dat is zo weinig dat dit ook vrijwel niets oplevert. Pas daarna, dus na anderhalf jaar, treedt de zogenoemde “plusregeling” in werking, waarin aan een volwaardig pensioen wordt gebouwd.

‘Wij willen de boel anders organiseren’, aldus Heijnsdijk. ‘Flexkrachten moeten vanaf dag één recht hebben op een goede plusregeling. Hierover willen we liefst nog voor het einde van dit jaar afspraken hebben gemaakt. Er loopt nu nog een onderzoek naar de gevolgen van afschaffing van de wachttermijn: wat kost het en hoeveel meer pensioen levert het op? Op basis van de uitkomsten gaan we afspraken maken met de werkgevers. We zijn immers samen verantwoordelijk voor de uitvoering van de pensioenregeling van het pensioenfonds voor flexkrachten, STIPP.’

Piet Rietman

Flexibele schil

Piet Rietman is voormalig flexkracht bij ANBAMRO, waar hij sinds kort in vaste dienst is. Ongeveer een jaar geleden heeft hij zich namens FNV Flex beschikbaar gesteld als kandidaat voor het Verantwoordingsorgaan van STIPP, waar hij toen zelf ook nog onder viel. In zo’n orgaan zitten vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers. Zij hebben vooral een toezichthoudende functie, maar sturen niettemin ook mee in de koers van het fonds. Bijvoorbeeld door mee te denken over het beleggings- en communicatiebeleid, bindende voordrachten te doen voor leden van de Raad van Toezicht én zich eenmaal per jaar een oordeel te vormen over het bestuur. Al met al pittige taken.

Rietman is het eens met Van der Graaff en Heijnsdijk dat de pensioenopbouw van flexkrachten beter kan en moet. Al heeft hij wel een verklaring voor de ontstane situatie.

‘Toen hierover de eerste afspraken werden gemaakt, was uitzendwerk er bijna uitsluitend voor een dunne flexibele schil van personeel. Het was veel gedoe om voor mensen die maar kort een tijdelijk baantje hadden een hele pensioenvoorziening te moeten optuigen. Vandaar die wachttijd. Maar inmiddels is uitzendwerk zo’n beetje de norm voor werkend Nederland geworden. Met als gevolg dat heel veel mensen weinig pensioen opbouwen.’

Voor het beëindigen van de wachttijd van 26 weken is de bond mede afhankelijk van minister Koolmees, weet Rietman. ‘Want die mogelijkheid is in de wet vastgelegd. In overleg kunnen de bonden en werkgevers daar wel naar beneden van afwijken. Dat geldt eveneens voor de plusregeling. Maar het zal lastig worden, want de werkgevers zullen niet staan te trappelen om meer bij te gaan dragen aan goede pensioenen voor hun flexkrachten.’