En, hoe bevalt het moderne kantoorleven?

De kantoortuin (in plaats van een eigen kamer), 24-uurs beschik- en bereikbaarheid (of juist niet meer), vaker thuiswerken (of juist weer minder)… Het moderne kantoorleven verandert razendsnel. Wat vinden werknemers daar nu zelf van?

Werken op kantoor is in de loop der jaren behoorlijk veranderd. De waardering daarvoor verschilt. Waar de een zweert bij thuiswerken (tijd- en plaats onafhankelijk werken) komt de ander liever iedere dag naar kantoor. Deze laatste reserveert thuiswerken voor de dagen dat sneeuw en hagel het vervoer zo teisteren, dat het tijd is voor een uitzondering op de regel.

Nu we het toch over het moderne kantoorleven hebben: daar zien we wel meer veranderingen. In de jaren zeventig bijvoorbeeld werkten we nog gewoon vijf dagen per week, al was deeltijdwerken wel al in opkomst. Maar we werkten allemaal op de zaak. Op vrijdagmiddag lieten we de teugels wat vieren en sloten we de week af met een glaasje. Immers: het WEEKEINDE (lees: twee dagen vrije tijd) stond voor de deur! Nam een collega afscheid, dan was de receptie doorgaans ook op vrijdagmiddag.

Jaren negentig

Na decennia lang vertrouwd ouderwets kantoorleven begonnen in de jaren negentig voorzichtig de veranderingen. We maakten voor het eerst kennis met adv-dagen. Die werden vooral op vrijdag opgenomen, de dag waarop deeltijdwerkers meestal ook thuis bleven. Maar hierdoor liep de opkomst bij recepties op vrijdagen – gênant zichtbaar – terug. De donderdagmiddag werd de nieuwe “receptiedag”.

Het zal ook in de jaren negentig zijn geweest dat de vakbond bij de cao-onderhandelingen nog eiste dat het personeel een of twee keer per week mocht thuiswerken. Toen noemden we dat nog telewerken. Mobiele telefoon en laptop hadden hun intrede gedaan.

De werkgevers waren er niet blij mee. Het beeld dat een werknemer in zwembroek in de tuin aan het werk was kon niet kloppen; daar werd gelanterfant! Overigens kregen we als bond al snel in de gaten dat het ook zonder cao-afspraak gewoon gebeurde en dat niets regelen misschien wel beter was.

De grote omslag kwam met de crisis van 2001 als gevolg van het knappen van de internetzeepbel. Met thuiswerken konden bedrijven behoorlijk besparen op hun huisvestingskosten. Werkgevers wilden bovendien niet meer sturen op aanwezigheid, maar op output.

Inmiddels zien we hier een restauratieve beweging. De dagstart van een agile-team lukt beter wanneer iedereen fysiek op kantoor aanwezig is. Ook een vermeend gebrek aan sociale cohesie heeft ertoe geleid dat de eis om fysiek op kantoor aanwezig te zijn sterker is geworden.

Kantoortuin

Weer meer op kantoor, maar dan wel in een kantoortuin. Of tegenwoordig juist weer niet? Wat we in ieder geval van het verleden hebben geleerd is dat het geen pretje was, al die bellende collega’s die zich met stemverheffing verstaanbaar probeerden te maken voor degenen aan de andere kant van de lijn. Aangedreven door productiviteit werden de werkeenheden daarom kleiner en kregen professionals zelfs een eigen kamer of met z’n tweeën.

Door de komst van flexplekken en het thuiswerken kwam de kantoortuin als nieuwe variant van de grote gedeelde werkruimte in zwang. Maar wie wil bellen, wordt nog altijd vriendelijk verzocht een apart kamertje op te zoeken. Alleen heet dat niet meer bel- of werkkamertje, maar – heel modern – cockpit.

Beschikbaarheid

Na tien uur ’s-avonds nog een mail sturen, is niet voor iedereen weggelegd. Dat kan namelijk wat gênant voelen. Dit kan immers worden uitgelegd als een goed arbeidsethos, maar evengoed als een totaal gebrek aan zelforganisatie.

Vroeger namen medewerkers nog wel eens een dossier mee naar huis om in het weekeinde te lezen. Door de laptop is het werk tegenwoordig de hele week thuis aanwezig. 24/7. Er wordt zelfs gefluisterd dat het op De Zuidas usance is dat een mailtje van de manager om 10 uur ’s-avonds binnen een uur moet worden beantwoord. En dat werkweken van 80 uur alleen zijn vol te houden door het gebruik van speciale middelen, zo gaat het gerucht. Maar ook hier zien we weer een tegenbeweging. Inmiddels zijn er bedrijven die dit soort praktijken niet wensen en de mail er in het weekeinde uit gooien.

Op tijd beginnen

Begin jaren tachtig stapten de eerste werkgevers over naar ‘glijdende werktijden’. Een schitterend idee. De een is immers een ochtendmens, de ander juist niet. Maar ook die tijden zijn veranderd. Werknemers hebben tegenwoordig andere redenen om gebruik te maken van variabele begin- en eindtijden. Sommigen beginnen extra vroeg vanwege het gebrek aan parkeerplaatsen, de dichtslibbende wegen of een tekort aan bureaus: hoe eerder je begint, hoe meer kans je maakt dat je op je ‘vaste flexplek’ terecht kunt. Zo bekeren ook notoire laatbeginners zich tot de vroege ochtend.

Enquête

FNV Diensten houdt de komende maanden een enquête onder de leden om te peilen hoe het moderne kantoorleven bevalt. Hoe gaan zij om met de continue veranderingen? Wat bevalt en waar zitten de knelpunten? Het is natuurlijk lekker om thuis te werken, maar op kantoor aankomen en bemerken dat er geen bureau meer voor je is, is niet wat je verwacht. Maar wat dan wel? Kortom: laten we samen een blik werpen op hoe het is, en wat we vinden dat zou moeten.