‘Mensen en robots zijn een Siamese tweeling’

Werkgevers staren zich bij de invoering van robots vaak blind op de technische kant. Terwijl het ook om de mensen in het bedrijf gaat. Wat zijn voor hen de gevolgen? ‘Mensen en robots zijn een Siamese tweeling, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.’

Foto:www.maxpixel.net

Niko Manshanden, FNV-adviseur medezeggenschap en functiewaardering, schreef het zojuist verschenen boek Ondernemingsraad en robotisering. ‘Technische innovatie kan niet zonder sociale innovatie’, zegt hij. ‘Vakbonden, ondernemingsraden en werknemers moeten bij robotisering worden betrokken. Bedrijven zijn vaak zo onder de indruk van de technische mogelijkheden van robots dat ze niet nadenken over wat ze er eigenlijk mee willen.’

Robotisering is een van de speerpunten van de FNV voor de komende jaren. Een speciale rol hierbij is weggelegd voor de or en kaderleden. Manshanden: ‘Ik snap goed dat veel or-leden nog niet over robots hebben nagedacht. Daarom heb ik dit boek geschreven, waarin ik eerst vertel wat voor soort robots er zijn en eindig met praktische tips.’

Bloedprikrobot

Robots komen in alle sectoren voor: in de (auto)industrie, maar ook in de (financiële) dienstverlening, de agrarische sector en de zorg. We gaan nog even terug naar die werkgever die robots wil installeren zonder na te denken over de sociale gevolgen. Als je hem vraagt waarom hij dat wil, antwoordt hij waarschijnlijk: om ze het werk te laten overnemen dat mensen nu nog doen.

Manshanden: ‘Maar welk werk bedoelt hij dan? Want daarin zijn keuzes mogelijk. Neem de afdeling bloedafname van een ziekenhuis waar een bloedprikrobot wordt ingezet. De verpleegkundige prikt het bloed, waarna de robot het naar het lab brengt. De verpleegkundige heeft zo tijd over om een praatje te maken met patiënten, die dit zeer op prijs stellen. Maar het kan ook andersom: de robot prikt het en de verpleegkundige brengt het weg. Niet realistisch? Misschien, maar het geeft wel aan welke keuzes er zijn.’

Als robots werk overnemen, pleit de FNV ervoor dat dit vieze, gevaarlijke, zware en monotone werkzaamheden zijn. Manshanden: ‘Er is een metselrobot die metselt, maar een mens moet nog steeds de zware stenen in het apparaat inladen. Dat is nou net niet wat we willen.’

Niko Manshanden

Zandloper of trechter?

In sciencefictionfilms regeren slimme robots de wereld. Dat ziet Manshanden niet gebeuren. Net zomin als dat robots binnenkort alle menselijke arbeid overnemen. ‘Mensen overschatten altijd de gevolgen van robotisering op korte termijn en onderschatten die op langere termijn.’

Maar robots zullen toch invloed hebben op de werkgelegenheid? Manshanden: ‘Jazeker, maar welke invloed? Denk aan een zandloper, breed van boven, smal in het midden en breed van onderen. De hogere functies blijven bestaan. Daar zijn zoveel specifieke kennis en vaardigheden voor nodig, dat kunnen robots niet overnemen. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt zijn veel niet routinematige werkzaamheden, die moeilijk kunnen worden geautomatiseerd. Die blijven dus ook. Maar in het middensegment verdwijnen de komende jaren veel banen. Dat geldt voor alle sectoren.’

Overigens verwacht Manshanden dat uiteindelijk aan de onderkant van de arbeidsmarkt ook steeds meer werkzaamheden worden geautomatiseerd. ‘De zandloper zal veranderen in een trechter en dan is er alleen nog maar werk voor hoogopgeleiden.’

Vijf type robots

Robots heb je in soorten en maten. Manshanden onderscheidt vijf types en volgt hierbij de menselijke zintuigen. De eerste zijn robotarmen die bewegen, bijvoorbeeld in de auto-industrie. Het zijn betrekkelijk eenvoudige apparaten. Ze staan op een vaste plek en kunnen maar één bepaalde handeling uitvoeren.

Het tweede type is vergelijkbaar, maar met het verschil dat hij niet aan één plek is gebonden. Die vind je bijvoorbeeld in het nieuwe distributiecentrum van Albert Heijn in Zaandam. Nummer drie zijn robots die kunnen zien, zoals de grasmaairobot. Nummer vier kan ook denken. Nummer vijf kan ook voelen. Die gaat in de toekomst in de zorg worden gebruikt.

Echter, dit zijn allemaal robots, die hun werk los van de mens doen. Manshanden: ‘Inmiddels zijn er ook cobots, collaborative robots, die samenwerken met mensen. Zo is er een cobot die de huisarts helpt. Hij zit via kunstmatige intelligentie vol met medische kennis en met informatie uit de patiëntendossiers. Deze robot helpt de arts, die uiteraard zelf de beslissingen neemt. Cobots gaan ook zeker aan de slag in fabrieken.’

Rechten van de or

Je bent or-lid en je werkgever denkt na over de invoering van robots. Wat nu? Manshanden: ‘Je kunt afwachten tot hij een adviesaanvraag bij de or indient. Dat moet hij doen volgens artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden. Maar afwachten heeft als nadeel dat de or haar mening geeft over een al uitgewerkt voorstel van de werkgever. Het is beter om eerder aan tafel te zitten en sámen met de werkgever dat voorstel te maken. Daarvoor heb je allereerst informatie nodig. Artikel 31 bepaalt dat de or daar recht op heeft. Verder kun je op grond van artikel 24 tweemaal per jaar de algemene gang van zaken binnen het bedrijf bespreken met de directie. Doe dat als je werkgever overweegt robots in te voeren. Ook kun je als or zelf onderwerpen aankaarten. Dat is het initiatiefrecht, geregeld in artikel 23. Vind je dat je te weinig kennis hebt over robotisering? In artikel 18 staat dat elk or-lid recht heeft op minimaal vijf dagen scholing per jaar. Organiseer een scholingsbijeenkomst over robots. De FNV kan je daarbij helpen.’

Kinderziektes

Tot besluit heeft Manshanden nog een advies voor elke werkgever die overweegt robots te installeren. ‘Ik snap dat een directie bang is om de boot te missen, zeker als de concurrentie ook iets met robots gaat doen. Bedenk dat het wellicht verstandig is om even te wachten. Want zoals met elk nieuw technisch apparaat kent de eerste versie altijd kinderziektes. Die zijn er bij de volgende generatie vaak al uit. Als je dan toch veel geld wilt investeren, doe dat dan in een apparaat dat direct goed werkt. En schakel daarbij de werknemers, kaderleden en de or in. Vraag ze wat de werkvloer nodig heeft.’