Meer zekerheid voor flexkracht

FNV Flex heeft met de werkgeversverenigingen ABU en NBBU een nieuwe cao afgesproken met twee belangrijke verbeteringen voor flexkrachten: werkervaring wordt voortaan beloond en de twee bestaande uitzend-cao’s worden geharmoniseerd.

Het cao-overleg is lang en ingewikkeld geweest, maar nu ligt er na ongeveer een jaar duwen en trekken dan toch eindelijk een akkoord. ‘We zijn trots en tegelijkertijd kritisch, want niet alle wensen zijn vervuld’, schrijft FNV Flex in een brief aan de leden met tekst en uitleg over het akkoord. ‘De cao loopt tot 1 juni 2021. Dit is een kortere looptijd dan gebruikelijk en we hebben dus eerder de mogelijkheid om nog meer verbeteringen af te spreken.’

FNV-kaderlid Ali Farissi zat tijdens twee van de bijna tien onderhandelingsrondes naast FNV-bestuurder Karin Heynsdijk aan de cao-tafel. De bond neemt altijd deskundige kaderleden naar dit soort overleg om daar de stem van de praktijk te kunnen laten doorklinken. ‘Er heerste een niet zo vriendelijke sfeer’, herinnert Farissi zich. ‘Mede daardoor was het moeilijk om wensen binnen te halen.’

Heynsdijk onderschrijft deze conclusie. ‘We hadden het streven afspraken te maken over meer werkzekerheid voor flexkrachten. Dat is niet helemaal gelukt, al hebben we wel stappen gezet. Maar er is een volgende cao voor nodig om de puntjes echt op de i te kunnen zetten.’

Werkervaring beloond

Niettemin bevat de nieuwe cao diverse verbeteringen voor flexkrachten. Eén van de belangrijkste daarvan is dat werkervaring wordt beloond. Een belangrijk punt voor Farissi. ‘Ik werk nu al vijftien jaar via Randstad bij Unilever. In die jaren ben ik in loon gestegen, al blijf ik nog altijd achter bij de vaste krachten. Maar nog erger wordt het wanneer Randstad mij bij een andere opdrachtgever plaatst. Dan begin ik daar gewoon weer op het laagste loonniveau. Daarmee kan mijn inkomen opeens met wel 20 procent dalen. Dat is toch te gek voor woorden?’

Onder de nieuwe cao kunnen flexkrachten niet meer jarenlang op beginnersniveau blijven hangen. Daarin wordt werkervaring eindelijk beloond. ‘De nieuwe cao is veel eerlijker’, vertelt Heynsdijk. ‘Als uitzendkracht bouw je voortaan ervaring en rechten op, net als vaste krachten. Die opbouw versterkt de positie van uitzendkrachten. Als je opdrachtgever verandert, maar je werk blijft hetzelfde, raak je de opgebouwde ervaring niet meer kwijt. Ook bij een overstap naar een ander uitzendbureau binnen een concern of als jouw uitzendbureau wordt overgenomen door een ander bedrijf, blijft je ervaring met je meegroeien. Dat kan een gunstiger contract opleveren, tegen een beter loon.’

Toezicht houden

Farissi vond het cao-overleg interessant om mee te maken. Maar hij zat er toch vooral bij om de belangen van uitzendkrachten te behartigen. ‘We krijgen allemaal hetzelfde salaris als de vaste krachten, zo wordt gezegd, maar daar moet je dan ook wel goed op letten. Dit vertel ik mijn collega’s ook altijd. Die durven vaak hun mond niet open te doen, omdat ze bang zijn dat ze anders de volgende dag op straat zullen staan. Die angst heb ik zelf trouwens ook gehad. Maar nu niet meer. Ik heb al zoveel meegemaakt. Ik ga gewoon voor mijn recht. En voor het recht van mijn collega’s. Ik wijs mijn collega’s er altijd op hun loonstroken goed te controleren. Of ze er achteraan gaan wanneer er iets niet klopt, dat weet ik niet. Misschien is de angst toch sterker dan de durf om voor zichzelf op te komen.’

Wat Farissi maar wil zeggen: ‘Toezicht houden op de afspraken moét. Er worden namelijk nog wel eens slordige “fouten” gemaakt waar je zelf achteraan moet. Zo zijn in de nieuwe cao bijvoorbeeld de toeslagen voor onder meer onregelmatig en zwaar werk uitgebreid. Ook de vakantietoeslag wordt verhoogd. Maar ik moet nog zien of dat in de praktijk straks ook gaat gebeuren. We zullen daarom alert moeten blijven.’

Eén stap in deze laatste richting is al gezet. Om de naleving te bevorderen en het risico van cao-ontduiking te verkleinen, worden de twee grote uitzendcao’s (die van ABU en NBBU) vanaf 30 december 2019 gelijkgetrokken tot één cao. Een deel van de afspraken wordt daarvoor al, namelijk op 1 september 2019 ingevoerd in de nog niet geharmoniseerde cao’s.