Meer vrije tijd in nieuwe cao ABN AMRO

De medewerkers van ABN AMRO krijgen in hun nieuwe cao wat de meesten van hen het liefst willen: meer vrije tijd. Maar de grootste wens van de medewerkers van het eigen callcenter wordt niet ingewilligd: er komen niet meer vaste aanstellingen.

Het cao-resultaat van twee maal 2,75 procent meer loon (in 2020 en 2021) mag dan misschien wel iets onder de percentages liggen die bij andere financiële instellingen zijn afgesproken, maar hier staat tegenover dat de medewerkers van ABN AMRO er vanaf volgend jaar ook vijf extra vakantiedagen bij krijgen. Die vertegenwoordigen bij elkaar zo’n 2 procent loonwaarde, waardoor – voor wie zo wil rekenen – de jaarlijkse loonstijging alsnog uitkomt op een achtenswaardige 4,75 procent.

Piet Rietman, werkzaam bij de bank als econoom, is tevreden over de uitkomsten. Als kaderlid van FNV Finance heeft hij bij alle overlegrondes aan de onderhandelingstafel gezeten.

‘De pensioenbijdrage van de werkgever is iets verlaagd’, vertelt hij, ‘in ruil waarvoor we de vertrekregeling iets hebben verbeterd voor mensen die het bedrijf gedwongen moeten verlaten. Overigens is de pensioenbijdrage nog steeds meer dan goed met een vast percentage van 41 procent in 2020 en daarna vier jaar 37 procent. Een ander puntje dat we hebben uitgeruild was de genoemde iets lagere loonstijging tegen meer vrij opneembaar verlof. Bovendien wordt hiernaast het partnerverlof uitgebreid naar zes weken volledig doorbetaald én wordt het bestaande studie- en vrijwilligersverlof omgezet naar een vijfdaags verlof dat medewerkers naar eigen inzicht mogen inzetten. Hiermee voldoet de cao beter aan de wensen die breed leven onder het personeel. Vroeger wilde men vooral meer loon; tegenwoordig is dat meer vrije tijd.’


Flexkrachten

Eén punt kreeg FNV Finance tot de eigen grote teleurstelling echter niet voor elkaar. Rietman: ‘De bank wilde niets horen van meer vaste contracten op het interne callcenter. Ik denk dat dit te maken heeft met de kosten. Flexkrachten zijn kennelijk nog steeds goedkoper dan mensen met een vast contract. Maar of dit werkelijk de reden is, weet ik niet. Daar hebben we geen vinger achter kunnen krijgen.’

Rietman begon zelf ooit als flexkracht bij ABN AMRO en kent het belang dat velen met hem hechten aan een vast dienstverband. ‘Daarom hebben we als bond ook afgesproken dat de verhouding tussen vast en flex gemiddeld nooit hoger mag zijn dan 75 tegenover 25 procent. Maar op het callcenter is die verhouding 40:60, dus slechts 40 procent vast! Omdat de percentages elders bij de bank misschien wel 90:10 zijn, blijft het gemiddelde in de buurt van wat we hebben afgesproken. Dat maakt de discussie met ABN AMRO over vaste contracten lastig. Dat vind ik echt jammer. Zeker omdat de bank de nieuwe slogan “Banking for better” hanteert. Je kunt je daarom afvragen: is dit alleen een marketingslogan, of meen je dit ook écht? Is dit laatste het geval, doe het dan ook.’