Veranderingen voor uitzendkrachten

Op 30 december gaat de nieuwe cao voor uitzendkrachten in. Dat brengt de nodige veranderingen met zich mee. Hieronder benoemen we een aantal zaken waar je op moet letten.

Niet alleen de nieuwe cao brengt veranderingen met zich mee. Vanaf 1 januari 2020 wordt ook de nieuwe Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) van kracht, die eveneens de nodige consequenties heeft voor uitzendkrachten. Zie daarvoor het artikel over de WAB elders in dit magazine.

Vanaf eind dit jaar gelden voor alle uitzendkrachten dezelfde arbeidsvoorwaarden. De ABU- en NBBU-cao hebben dan dezelfde inhoud gekregen. Let op! Heb je een payroll-contract met een payrollwerkgever, dan geldt de cao voor uitzendkrachten vanaf 1 januari 2020 niet meer voor jou. Waarom dat zo is lees je in het hiervoor al genoemde artikel over de WAB.

Rechtspositie

  • Er mogen in fase A of 1-2 geen repeterende contracten van 1 dag of 1 week meer afgesproken worden. Een volgend contract moet minimaal 4 weken duren als je bij dezelfde opdrachtgever blijft werken.
  • Wil de uitzendwerkgever je uitzendovereenkomsten met uitzendbeding beëindigen dan geldt er na 26 gewerkte weken een kennisgevingstermijn van tien dagen. In de periode daarvoor is er geen verplichte kennisgevingstermijn.
  • Voor andere uitzendovereenkomsten geldt bij beëindiging de wettelijke opzegtermijnen.
  • Uitzendkrachten die op verzoek van de werkgever binnen hetzelfde uitzendconcern naar een andere werkgever overstappen houden al hun opgebouwde rechten, zoals de weken in het fasesysteem en de beloning.
  • Verandert de opdrachtgever van uitzendbureau en jij wilt daar blijven werken en stapt daarom mee over naar die andere uitzendwerkgever, dan houd je ook alles wat je hebt opgebouwd aan weken in het fasesysteem, je type contract en beloning.

Beloning

  • De toeslagen die onder de inlenersbeloning vallen worden uitgebreid met toeslagen voor fysiek belastende omstandigheden, zoals koude-toeslag of toeslag voor het werken met gevaarlijke stoffen.
  • De inlenersbeloning gaat gelden voor alle uitzendkrachten, dus ook voor iedereen in Fase C. Bij de overgang naar de inlenersbeloning tijdens een lopende plaatsing mag niemand er op achteruitgaan.
  • Ook bij doorlening van de ene opdrachtgever aan de volgende geldt de inlenersbeloning van de opdrachtgever waar de uitzendkracht werkzaam is. Hiermee wordt ontduiken van de cao voorkomen.
  • Alleen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en schoolverlaters zonder startkwalificatie, de allocatiegroep, geldt de inlenersbeloning niet maar een afwijkend loongebouw met periodieke verhogingen. Wel ontvangen zij de toeslagen, arbeidsduurverkorting en kostenvergoedingen zoals die gelden bij de inlener. Uitzendkrachten in de allocatiegroep krijgen na 26 weken een periodieke verhoging van 2,25 procent.
  • Uitzendkrachten hebben recht op duidelijke informatie over hun beloning. Zo krijgen ze op verzoek meer uitleg over de beloning waar zij recht op hebben én moet het uitsluiten van loon als er geen werk is schriftelijk worden vastgelegd.
  • Uitzendkrachten krijgen voortaan ook een vergoeding voor aan het werk verbonden reisuren als de opdrachtgever een regeling voor vergoeding van reisuren kent.
  • Uitzendkrachten krijgen sneller een periodieke verhoging toegekend als zij langer in (nagenoeg) dezelfde functie bij verschillende opdrachtgevers maar via dezelfde uitzendonderneming hebben gewerkt. De werkervaring wordt dan over de opdrachtgevers heen doorgeteld.
  • Bij het wegvallen van werk krijgen uitzendkrachten met een uitzendovereenkomst met een loondoorbetalingsverplichting 100 procent van hun uurloon doorbetaald. Als ze vervolgens bij een andere opdrachtgever gaan werken, ontvangen ze de daar geldende inlenersbeloning. Voor uitzendkrachten in fase C / 4 met een uitzendovereenkomst voor onbepaalde tijd is er bij herplaatsing een bodem afgesproken. Die bedraagt altijd tenminste 90 procent van het laatst verdiende loon en nooit minder dan 85 procent van het hoogst genoten loon in fase C / 4.
  • Bij ziekte wordt in het eerste jaar het loon tot 90 procent en in het tweede jaar tot 80 procent aangevuld. Voor AOW-gerechtigde uitzendkrachten geldt de wettelijke termijn (van op dit moment 13 weken) voor loondoorbetaling bij ziekte. Over welk loon de aanvulling moet worden berekend is nu beter omschreven en zal in veel gevallen een verbetering opleveren.
  • De vakantiebijslag wordt verhoogd naar 8,33 procent.
  • De pensioenopbouw voor arbeidsmigranten, waarbij sprake is van uitruil van arbeidsvoorwaarden, wordt verbeterd. Ook over het uitgeruilde loon wordt pensioen opgebouwd.
  • Toeslagen voor werken in onregelmatigheid of voor overwerk worden direct uitbetaald of in overleg in tijd gereserveerd voor compensatie-uren.

Verlofregelingen

  • Alle uitzendkrachten krijgen voortaan recht op 25 vakantiedagen.
  • Bij de toekenning van feestdagen wordt verduidelijkt wanneer er recht bestaat op doorbetaling van de feestdag. Als het niet duidelijk is of op de feestdag normaliter door de uitzendkracht zou zijn gewerkt, moet worden gekeken naar het bestendig arbeidspatroon. Hiervan is sprake als op zeven dagen waarop de feestdag valt in de voorafgaande dertien weken is gewerkt op die dag. Er komen regels om het onterecht niet toekennen van feestdagen tegen te gaan.
  • De bijzondere verlof regeling is door harmonisatie gewijzigd. Het geboorteverlof en verlof voor het afleggen van het vakexamen zijn toegevoegd en de verhuisdag is daarmee komen te vervallen.

Een aantal wijzigingen is al ingegaan op 1 september 2019, maar het merendeel geldt pas vanaf 30 december. Goed om je cao-boekje er op na te lezen of te kijken op de website van FNV Flex: www.fnv.nl/flex. Snap je iets niet of heb je andere vragen. Bel dan met het contactcenter van de bond: 088 - 368 0 368.